Tante Pos

PTT, PTT Post, TPG, TNT, PostNL en wie weet wat voor benamingen er nog meer komen: onze befaamde posterijen hebben al heel wat logootjes moeten veranderen. De firma die onze brieven verstuurt, is al jaren een hot issue. Van rood gingen ze naar oranje; het officiële uniform werd vervangen door hypermoderne afritsbroeken en poloshirts. In plaats van vaste postbodes die je van verre herkende, kozen ze bij de grote reorganisatie ineens voor de flexwerkers die zoveel goedkoper zijn…

Vaak wanneer ik een brief of kaart in de brievenbus van het postkantoor vlak bij ons huis gooi, denk ik met weemoed terug aan die tijden van weleer: ook ik ben zo’n vier jaar lang postbode bij de toenmalige PTT geweest.

Ik weet nog hoe zenuwachtig ik was vanwege mijn eerste echte sollicitatie. Als kersvers studentje op het HBO was me ter ore gekomen dat ik promotie kon maken van de kassa bij AH naar het vrijbuiterleven van de stoere brievenbezorger. Omdat ik een echte liefhebber van het buitenleven ben, leek het me een geweldige switch. Tot mijn grote blijdschap werd ik aangenomen. Achttien jaar jong en voor dag en dauw opstaan om de post bij de mensen thuis te bezorgen, ik vond het geweldig!

We waren met allemaal studenten. Er werden nogal wat eisen aan de vakantiewerkers gesteld. Ze moesten een prima cv en goede referenties hebben. Kunnen hoofdrekenen was een must, aangezien we regelmatig geld zouden innen bij particulieren en bedrijfjes. Daarnaast was verantwoordelijkheidsbesef belangrijk, evenals collegialiteit en gevoel voor samenwerking.

De eerste dag kreeg ik meteen mijn vuurdoop: het stroomde van de regen. Mijn route lag in de mooie binnenstad van mijn woonplaats, vol oude huizen die er al sinds eeuwen stonden, maar ook moderne flats waar het flink puffen was om boven te komen. Ik werd drie dagen lang begeleid door een professionele PTT-er. Een doorgewinterde postbode die de meeste tijd zweeg en op de bagagedrager van zijn fiets met een peuk in zijn mond lijdzaam zat te wachten tot ik eindelijk de hele straat van brieven had voorzien.

Ik leerde snel: het op kantoor in de open sorteerkast gooien van enveloppen, het op- en afstraten met behulp van een op nummer gerangschikte soort brievenhouder, zodat alles in de juiste volgorde kwam te staan, pakketjes sorteren en aangetekende brieven afhandelen volgens de juiste methode. De stapels brieven en kaarten nam ik in bundels mee. Niet alleen in mijn fietstassen, maar ook per postkarretje. Urenlang kon je mij in de vakanties uittekenen achter mijn postkar, door weer en wind.

Het was behoorlijk zwaar om als studente met astma elke dag om kwart voor vijf op te staan, zodat ik om half zes op kantoor arriveerde om vervolgens twee wijken te sorteren en te lopen. De eerste ’s ochtends en de tweede vroeg in de middag na de lunch. Maar ik heb veel leuke dingen meegemaakt. Het was heel apart om in een echte mannenwereld te werken. In die tijd liepen er weinig vrouwelijke postbezorgers rond en ik vormde met nog enkele dames bijna een bezienswaardigheid. Ook moesten we de heren af en toe duidelijk maken dat we niet van chocolade waren.

Onder mijn klanten waren vriendelijke moedertjes, nette zakenlui en aardige winkeliers. Maar ook nukkige verpleegsters die ik om elf uur in de ochtend wakker belde, bijterige honden die een heel eind achter me aan renden voor ze het opgaven, en warrige types die telkens vroegen of ik geen post voor ze had, terwijl ik die net had bezorgd. Om maar niet te spreken over het harige vierpotige mormel achter de brievenbus van de seksshop die elke keer de aanmaningen van de belastingdienst verscheurde. Toen er noodweer uitbrak nodigde de manager van Doe Maar, het Goede Doel en later Bløf me uit om in zijn pand bij te komen met een kopje thee. Dat sloeg ik niet af, al moest ik me eerst bevrijden uit mijn dichtgesnoerde regenpak. Onder de indruk keek ik aan de tafel om me heen naar al die gouden platen aan de muur, terwijl ik mijn druipnatte handen aan de mok warmde. Het zijn leuke momenten die ik nog altijd koester.

En dan die dag dat een boze chef het kantoor in stormde met een gekreukeld postpakket. ‘Wie heeft dit gedaan?’ waren zijn barse woorden.

Alle medewerkers werden op slag stil en staarden angstvallig naar het rood aangelopen gezicht van meneer de directeur. Al snel bleek wat er aan de hand was: een van de vakantiestudenten had een lp bij een klant moeten bezorgen. Omdat de klant niet opendeed, besloot de student het pakket maar door de brievenbus te duwen…

Iedereen die weet hoe groot een brievenbus en een lp normaal gesproken zijn, kan één en één bij elkaar optellen: de lp bleek na het doordrukken enkele inches kleiner gemaakt te zijn en was niet meer bruikbaar. Ik vergeet nooit meer het boze gezicht van de chef toen hij foeterde dat de student kon gaan dokken. En nog erger, hij kreeg een aantekening op zijn cv die er niet om loog.

Na vier intensieve jaren vond ik het welletjes bij de posterijen. Ik was klaar met mijn studie en dus klaar voor ander werk. En hoewel men mij op kantoor, waar ik inmiddels ook avonddiensten draaide en pakketpost aan de balie afhandelde, vroeg of ik misschien toch verder wilde bij de PTT, vond ik het goed zo. Met veel plezier kijk ik terug op die tijd. Jammer dat je toen nog geen sociale media en smartphones had. Dan was er vast nog een foto geweest van mij achter mijn karretje. Tante Pos in hoogst eigen persoon, zo jong als ik was moet dat een grappig gezicht zijn geweest.